088 2055 000
		Array
(
    [0] => nl
    [1] => us
)
		
Bel ons 088 2055 000
		Array
(
    [0] => nl
    [1] => us
)
		

Aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen – de belangrijkste wijzigingen

Per 1 januari 2012 is de nieuwe Wet Aanpassing Wettelijke Gemeenschap van goederen inwerking getreden. Deze wet wijzigt een aantal belangrijke zaken op het gebied van huwelijkvermogensrecht.

Echtgenoten die na 1 januari 2012 een verzoek tot echtscheiding indienen zullen te maken krijgen met de nieuwe regelgeving. Echtscheidingen die zijn ingediend vóór 1 januari 2012 zullen behandeld worden naar het oude recht.

Peildatum ontbinding huwelijk
Voorheen was de peildatum van de ontbinding van het huwelijk, de datum waarop de echtscheidingsbeschikking in de burgerlijke stand werd ingeschreven. Per 1 januari 2012 is dit veranderd. Als peildatum geldt nu de datum van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding. Dit heeft als voordeel dat echtgenoten financieel eerder onafhankelijk van elkaar zijn dan voorheen. Na indiening van het verzoekschrift kunnen echtparen de omvang van de gemeenschap van goederen namelijk niet meer beïnvloeden. Alle inkomsten en schulden na de peildatum vallen hierdoor buiten de gemeenschap van goederen.

Voor wat betreft de werking van de ontbinding van de gemeenschap naar derden toe, geldt dat deze pas aanvangt op het moment dat het verzoek tot echtscheiding ook is ingeschreven in het huwelijksgoederenregister.

Uitbreiding vergoedingsrechten
Het in gemeenschap van goederen getrouwd zijn betekent niet per definitie dat al het vermogen gezamenlijk is. Door een schenking of erfenis met een uitsluitingsclausule, heeft alleen de begunstigde echtgenoot recht op dit vermogen en niet de partner van de begunstigde. Dit privé vermogen wordt echter vaak geïnvesteerd in een gemeenschapsgoed zoals een woning of onderneming. Bij een echtscheidingsprocedure krijgt de echtgenoot die de investering heeft gedaan, deze investering met voorrang terug uit de gemeenschap (de zogenaamde nominaliteitsleer). Het overige vermogen wordt gelijk verdeeld.

Voorbeeld: Indien een echtgenoot 100.000 euro heeft geïnvesteerd in de gezamenlijke woning krijgt deze echtgenoot bij echtscheiding een vordering op de gemeenschap van 100.000 euro, ongeacht of de woning na verloop van tijd in waarde is gestegen of gedaald.

Door de wetswijziging wordt voor de omvang van de vergoedingsrechten voortaan uitgegaan van de beleggingsleer. Dit houdt in dat indien een echtgenoot privé-vermogen heeft geïnvesteerd in de gemeenschap, deze echtgenoot in beginsel meedeelt in de waardestijging van dit goed. Eventuele waardedaling wordt ook doorberekend.

Voorbeeld: Vrouw ontvangt een erfenis van € 250.000 met een uitsluitingsclausule. Dit bedrag wordt op een specifieke bankrekening gestort en wordt gezien als privé vermogen van de vrouw. Op verzoek van de echtgenoot besluit de vrouw dit geld te storten in een door de man op te richten B.V. Het geld wordt gebruikt voor de volstorting van de aandelen. Tijdens het huwelijk worden de winsten toegevoegd aan de algemene reserves van de B.V. Bij het einde van het huwelijk hebben de aandelen in de B.V. een waarde van € 1.000.000. De vrouw heeft op basis van de beleggingsleer een vorderingsrecht op de gemeenschap van € 1.000.000. Haar privé-vermogen van € 250.000 heeft zich geresulteerd in een beleggingsresultaat van € 750.000.

Dit resultaat zal voor de man onaanvaardbaar zijn. Hij zou eventueel een civiel rechtelijke procedure tegen de vrouw kunnen beginnen waarin hij stelt dat het onaanvaardbaar is dat de vrouw haar vergoedingsrecht kan effectueren. De man dient dan echter wel feiten en omstandigheden te stellen en bewijzen. Een andere optie zou zijn om de winst niet toe te voegen aan de algemene reserves maar uit te keren als dividend. Het dividend valt namelijk wel in de huwelijksgoederengemeenschap wat betekent dat de man bij een scheiding recht zou hebben op de helft van de winst.

De beleggingsleer geldt niet alleen voor echtgenoten die gehuwd zijn in gemeenschap van goederen, maar ook voor echtgenoten met huwelijkse voorwaarden en zelfs als koude uitsluiting overeengekomen is.

Het overgangsrecht bepaalt echter wel dat de beleggingsleer slechts geldt voor vergoedingen die na 1 januari 2012 zijn ontstaan.

In de praktijk brengt de wetswijziging een hoop rekenwerk met zich mee. Het is dus erg belangrijk dat u goed vastlegt uit wiens vermogen een goed is gefinancierd en of dit goed tot de gemeenschap behoort of tot het privé-vermogen van een van de echtgenoten.

Van gemeenschap van goederen naar huwelijkse voorwaarden
Tot slot maakt de wetswijziging het mogelijk een huwelijk in gemeenschap van goederen gemakkelijker te wijzigen naar een huwelijk met huwelijkse voorwaarden. Ook het wijzigen van de huwelijkse voorwaarden zelf wordt gemakkelijker. Voorheen moesten dergelijke verzoeken worden goedgekeurd door de rechtbank. Per 1 januari 2012 is dit niet meer nodig.

Indien de echtgenoten een huwelijk in gemeenschap van goederen willen omzetten in een huwelijk met huwelijkse voorwaarden moeten beide echtgenoten zich hoofdelijk aansprakelijk stellen voor alle schulden die bestaan op het moment van de wijziging van het huwelijk. Hierdoor worden eventuele schuldeisers alsnog beschermd.

Mocht u nog vragen hebben over een van de bovenstaande wijzigingen, aarzel dan niet om contact op te nemen met de bedrijfsjuristen van Crowe Global.

Crowe Peak
Olympisch Stadion 24-28 1076 DE Amsterdam, Nederland
088 2055 000 info@crowehorwath.nl