088 2055 000
		Array
(
    [0] => nl
    [1] => us
)
		
Bel ons 088 2055 000
		Array
(
    [0] => nl
    [1] => us
)
		

Prestaties in de btw: één en één is twee, of toch één?

Het verlenen van toegang tot pretparken, musea, dierentuinen etc. is voor de omzetbelasting een prestatie die belast is tegen het lage tarief van 6%. De mogelijkheid geven tot parkeren is een prestatie die belast is tegen het normale tarief van 21%. Door het op één hoop gooien van deze twee prestaties, of zoals dat binnen de omzetbelasting wordt genoemd, laat je de ene prestatie opgaan in de ander, dan krijg je één prestatie, namelijk het toegang verlenen. En die ene prestatie is dan belast tegen het lage tarief van 6%. Voor de consument wordt parkeren daarmee goedkoper, of zoals het meestal gaat, de exploitant houdt er meer aan over. Parkeren bij pretparken, dierentuinen en recreatiegebieden, het blijft voer voor discussie binnen de btw. Waar draait het om?

Advies van de Advocaat-Generaal

Eindejaarstips voor de automobilist

Onlangs heeft de Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad, de hoogste Nederlandse rechter, een advies gegeven aan de Hoge Raad inzake ‘Het Nationaal Park de Hoge Veluwe’. Ik leg u even kort uit waarom deze situatie zo interessant is op btw-gebied. Deze in 1935 opgerichte stichting beheert en verleent tegen vergoeding toegang tot Het Nationaal Park de Hoge Veluwe. Het park is te voet of met de auto te bezoeken. Het park kan deels met de auto worden betreden. Bezoekers die met de auto naar het park gaan, maar het park niet met de auto willen betreden, kunnen deze parkeren op de daarvoor bestemde parkeerplaatsen. Bezoekers kunnen een toegangsbewijs voor het park met of zonder parkeren kopen. Ook is het mogelijk alleen een parkeerkaart te kopen voor de parkeerplaats bij de ingang van het park.

De Advocaat-Generaal heeft aangegeven dat zij van mening is dat het verlenen van toegang tot het park en de gelegenheid geven tot parkeren twee zelfstandige prestaties zijn. Zij stelt dat automobilisten gebruik kunnen maken van de geboden parkeergelegenheid zonder het park te bezoeken. De stichting stelt dat dit pure theorie is, niemand doet dit in de praktijk. De Advocaat-Generaal hecht hier geen waarde aan. Ook het pleidooi van de stichting dat het parkeren een bijkomende prestatie is, wordt door de Advocaat-Generaal genegeerd. Een bijkomende prestatie is een prestatie die de hoofdprestatie aantrekkelijker maakt voor de consument. De bijkomende prestatie deelt bovendien in het btw lot van de hoofdprestatie want die laatste wordt doorslaggevend voor het geldende btw-regime. In dit geval stelt de stichting dat de mogelijkheid tot parkeren een bezoek aan het park aantrekkelijker maakt en het parkeren daarmee bijkomstig is aan de toegang tot het park. De Advocaat-Generaal houdt vol dat het mogelijk is om afzonderlijk gebruik te maken van de parkeergelegenheid en dat dit voldoende is voor het zijn van een op zichzelf staande prestatie.

Wat vind ik er van?

Ik kan mij niet goed vinden in de visie van de Advocaat-Generaal. Als in de praktijk blijkt dat er geen gebruik wordt gemaakt van de parkeerplaats door automobilisten die het park niet bezoeken zou dit reden genoeg moeten zijn toegang en parkeren als één te zien. Of zijn er automobilisten te vinden die het een doel op zich vinden om alleen maar te parkeren bij een omheind nationaal park?

Uitspraken over btw in het verleden tegenstrijdig

Overigens heeft de Hoge Raad in het verleden wel vaker het parkeren bij attractieparken losgekoppeld van de toegang. Op de parkeerplaatsen bij bijvoorbeeld de Efteling, Slagharen en Dierengaarde Blijdorp betaalt u ook 21% btw. De lagere rechters (Rechtbanken en Hoven) oordelen wel in toenemende mate tot een splitsing van de prestaties, en dit doen zij op basis van een arrest van notabene de Hoge Raad in een zaak die ook ging over splitsen van prestaties.

In het Servicecertificaat-arrest oordeelde de Hoge Raad namelijk dat het tegen vergoeding afzonderlijk aanbieden van (extra) garantie op verkochte producten een prestatie is die als bijkomend bij de ‘hoofdprestatie’ moet worden aangemerkt. Deze bijkomende prestatie deelt het fiscale lot van de hoofdprestatie. De aankoop van het de (extra) garantie vormt volgens de Hoge Raad namelijk voor de klanten geen doel op zich, maar een middel om de hoofdprestatie aantrekkelijker te maken.

Of de Hoge Raad de opvatting van de Advocaat-Generaal deelt zal moeten blijken. De Advocaat-Generaal geeft slechts advies, de Hoge Raad kan hier altijd van afwijken. Één en één kan dus één zijn, maar ook gewoon twee.

Crowe Peak
Olympisch Stadion 24-28 1076 DE Amsterdam, Nederland
088 2055 000 info@crowehorwath.nl